donderdag 15 februari 2024

Wim Wenders: Anselm.

 Wim Wenders: Anselm.

Nadat wij beiden de expositie van Anselm Kiefer in Museum Voorlinden in Wassenaar hadden gezien, ontdekte Eugenie dat er in Filmhuis Lumen in Delft een bekroonde documentaire over zijn leven en werk te zien was. En zo kwamen wij op een regenachtige woensdagmiddag aan in het kleine theater Lumen.

Leuk restaurant, prettige sfeer en een betrokken ouvreur en ouvreuse die mij hielpen alsnog en zonder code in zaal 2 te krijgen.

Om 15.15 uur was het zo ver. In een klein en goed bezet zaaltje ontvouwde Wim Wenders zijn meesterwerk door het enorme meesterwerk van Kiefer op een prachtige wijze in beeld te brengen.

 Anselm Kiefer, ooit opgeleid door Joseph Beuys, geldt als een vernieuwende kunstenaar. Hij onderzoekt de zin van het menselijk bestaan en de cyclische aard van de geschiedenis. Een groot scala aan inspiratiebronnen staan hem daarbij ten dienste: filosofie, religie, wetenschap, mythologie, poëzie, literatuur. In de film word je aan de hand van Kiefer meegenomen in 5 opeenvolgende decennia. Eerst in Duitsland, later in Frankrijk.

Zijn werk is sterk gekleurd door zijn ervaringen met NaziDuitsland en de puinhopen waar tussen hij opgroeide ( indringende filmbeelden, die helaas ook nu nog elders te zien zijn ). Dit herinneren aan werd hem niet altijd in dank afgenomen. Hij kreeg zelfs het verwijt een neonazi te zijn. In feite was hij bezig met het bewust maken van zaken die niet prettig zijn.

 In de docu van 1,5 uur wordt de jonge Kiefer gespeeld door een neef van Wenders ( Anton Wenders ) en de Kiefer van middelbare leeftijd door Daniel Kiefer, zijn zoon. 


Anselm Kiefer is Anselm Kiefer, de oudere. De ware ster in de film is echter : De Kunst. De camera beweegt is een rustig tempo door en te midden van bruidsjurken, torens, kelders en immense schilderijen.


Spectaculair zijn de momenten dat hij zijn vlammenwerper los laat op zijn schilderijen. Wel echter met de "brandweer" ernaast. En dat alles in immense ruimtes, waar Kiefer zich het liefst met de fiets verplaatst. De fiets is ook een belangrijk object in zijn werk.


Het meest opvallend blijft het werken met materie. Als een super stukadoor brengt hij materialen aan op zijn doeken. En niet alleen verf. Hele landschappen belanden er in. Zijn manier van werken heeft iets industrieels, wat ook terug te vinden is in de gebruikte apparatuur en de grootte van zijn kunst.

 Persoonlijk vond ik de scene waarop hij als een acrobaat op een touw balanceert boven de puinhopen beneden hem het meest indrukwekkend.. 

Hij beweegt zich voorzichtig lopend en vanuit een hoger perspectief kijkend op de destructie beneden. Als leeftijdgenoot van Kiefer raakt mij dat en aan de ruïnes van Rotterdam na de oorlog.

Deze torens bouwde hij bij zijn atelier in Barjac, Frankrijk.



 De film eindigt niet in de vele ondergrondse verblijven, maar in een open en heldere lucht. Hij loopt naar buiten te midden van zijn immense doeken en neemt plaats naast zijn Icarus. De vleugels wijd geopend en tegelijkertijd diep verbonden met de aarde.

 

 

Nog stil van de ervaring kwamen we uit de zaal En ja, wat ga je dan doen ? Eugenie kwam met idee naar een ander heel groot complex te gaan: Ikea Delft. En daar Zweedse gehaktballetjes te gaan eten. Een geweldig idee. Vermoedelijk waren Kiefer, zijn zoon , zijn neefje en Wim Wenders graag meegegaan.

 Dit zouden meer mensen moeten doen.

 Valentijnsdag Delft, 14 februari 2024.

 

woensdag 7 februari 2024

De lente komt er aan.

Ik ben in Meer ( Hoogstraten ). Een prachtig en stil wandelgebied. Het loopt deels langs de Mark ( vissers hou je aan de regels ), deels door het bos en later in het seizoen de maïsvelden.



Vandaag is 6 april.

Het is vandaag 3 maart en voor het eerst sinds lange tijd is de wind in de polder gaan liggen. Ruimte en tijd om eens rond te lopen en te zien of alles lente-klaar is. De komende week is er eindelijk weer dagelijks zon op komst en een stijging van de temperatuur. Nu ziet alles er nog wat somber uit, maar de katjes geven alvast een preview.

Op veel plaatsen langs het water van de Rottermeren is het riet inmiddels verwijderd ( op sommige plaatsen zit nog een plukje, alsof punctuele maaiers aan het einde van hun werkdag waren aangekomen ) en dat geeft ogenschijnlijk een gevoel van kaalslag, maar straks zal het weer razendsnel opschieten.



 Bij de lokale restaurantjes als De Roerdomp en Meerenbos werkt men hard aan de voorbereiding van het seizoen. De Roerdomp is zelfs bezig met een nieuwe aanbouw.

Onderweg zie ik dat er in het vogelreservaat "de Koornmolen" zoveel hout is gekapt dat het mogelijk is om naar Zevenhuizen te kijken. Home van vele aalscholvers, die hoog in de bomen op hun nesten wiegen.

Zelfs de oude trainingsplek voor politiehonden ( De Verdediger ) is open gelegd. Voor het eerst sinds lang kan ik erin lopen en zien wat de tijd en de natuur daar tussen het struikgewas heeft gemaakt: Wonderlijke architectuur die niet zou misstaan in films als Raiders of the lost Ark.


Ik moet even wachten. Ik stuit op wat behoeftige fietsers die in het kreupelhout hun overtollige bagage laten vallen. Helaas opruimen is er niet bij. Het blijft bij snateren.

Ik loop verder richting recreatiepark Landal.  De akkers zijn omgeploegd, de sloten ook hier ontriet.

Terug bij de Willem Alexander roeibaan is het zoals altijd weids en stil. Via een brug kom ik weer op de parkeerplaats die vandaag privé is. Dat zal vermoedelijk snel veranderen als de lente daar is......misschien morgen al.


Later op de dag kwam ik nog langs de Zevenhuizerplas. Ook daar was het stiller dan ooit.









maandag 5 februari 2024

Schrijfcafé: beschrijf een meegebracht object.

Vanuit schrijfcafé Hoek kregen we de opdracht een voorwerp mee te nemen ( het moest wel door de deur kunnen ) . Voor het schrijven begon zagen wij daar: een astrologieagenda, het beeld van een aanloop nemende engel, een vogel op een hartsymbool en een doosje lucifers. De opdracht luidde er goed naar te kijken, te beschrijven en je dan mee te laten nemen naar ervaringen en associaties. Hierbij mijn verhaal: 

Sákerhets Tändstickor, Uddevalla, Zweden.

Neen het gaat hier niet om tandenstokers, maar om lucifers uit Zweden. Een vliegende zwaluw laat mij via een banner weten dat deze hier al sinds 1895 geproduceerd worden. De zwaluw doet hier het werk van een reclamevliegtuigje en dat is begrijpelijk. Het eerste vliegtuig van de gebroeders Wright kwam pas in 1903 op de markt en vloog ongeveer 12 seconden. Niet aantrekkelijk dus.

Op de achterzijde van het doosje kan ik lezen dat kinderen er wel 60 keer iets mee kunnen aansteken. En omdat dat tot onveilige situaties kan leiden is er ook het woord GEVAAR zichtbaar. Deze lucifers zijn 5,5 cm lang ( langere bestaan inmiddels ook - velen hebben toch hun vingers gebrand ) en hebben een in dit geval terrakleurige kop. Het doosje dient voorzichtig open gemaakt te worden ( opening boven ), anders moet men 60 keer iets oprapen.

Aan de zijkanten zitten ruwe strijkvlakken waar door wrijving het in de kop opgesloten vuur ontbrand. Daarna is snel handelen wel noodzaak. 5,5 cm tijd is niet veel. Mocht het toch fout gaan, bel dan Brandbox Twenty in het Klokgebouw in Eindhoven of misschien beter: de brandweer.

De bruine of rode kop bevat antimoonsulfide, mangaandioxide en kaliumchloraat , het strijkvlak bestaat uit glaspoeder en rode fosfor.
 

Ik steek er dagelijks wel 1 of 2 aan. Het is een terugkerende rituele handeling. Nadat het vuur ontstoken is ( met dank aan Prometheus, die het vuur van de Goden stal en aan de mensen gaf - een verhaal op zich ) breng ik het over op een kaars-pit. De overdracht van het licht. Ik kan daar heel simpel naar kijken en ook groots, zoals het ontsteken van het Olympisch vuur dat dan de wereld over reist tot de actuele plek van de Olympische Spelen ( zie Parijs 2024 ).


Ook een mooi idee voor Pasen !
 
Ik kreeg nog veel meer associaties, zoals een brand bij de overburen ( foute afloop ), een bosbrand vlakbij de camping in de Languedoc. Het vuur in de bakkersoven van mijn vader, of in de zoutoven in Middello, de rakuoven aan de Vuurdoorn, het ondergronds stoken van keramiek, de lichtprocessie in Lourdes, de Luciafeesten in Zweden en de Oudejaarsvuren in Duindorp. Helaas mocht ik niet verder met dit onderwerp dat bij mij innerlijk vuur en inspiratie had aangewakkerd.
 
Dan maar op de waakvlam. Het zij zo !
 

maandag 22 januari 2024

Wereldliederen en mantra's in de Abdijhoeve in Doetinchem.

 

Op de terugreis van Savita in Winterberg belandden Jan Hendrik en Sieta in de abdij van St.Willibrord bij Doetinchem. Het klikte daar en zo kwam de 3-daagse workshop tot stand waarnaar ik nu op weg was.

En zo stond ik op vrijdag om 15.00 uur voor de poort van deze abdij. Mooi zonnig en licht vriezend weer. En zo te zien een uitgebreid complex van gebouwen achter de poort. Ervoor was alleen de kerk zichtbaar.

Iedereen werd welkom geheten bij de receptie, waar je gelijk de sleutel ontving om je te kunnen nestelen in de ruime kamers met mooi sanitair, een goede matras ( bij mij op een extra hoog senioren bed - een ervaring apart ) en een goede verwarming in deze winterse omstandigheden.


Mijn kamer had 3 vensters. Mooie symboliek: de middelste voor de priester. De rechtse voor de diaken, de linkse voor de subdiaken. Ja ik was duidelijk terug in de Rooms Katholieke ambiance en dat zou niet de enige keer zijn. 

Eenmaal geïnstalleerd was het tijd om eens rond te kijken in de ruimtes waar wij zouden verblijven. Eerst het restaurant, waar onze eenvoudige, maar voedzame maaltijden geserveerd werden . Altijd met een introductie van Theo, onze oblaat. Een oblaat is iemand zich op vrijwillige basis verbindt met de abdij, zonder daar te verblijven. Wel levend volgens de regels van St. Benedictus waaraan deze abdij is toegewijd.

 
Bij de broodmaaltijden was het altijd weer een uitdaging om toegang te krijgen tot het vegetarische worstje in 2 variaties. Het leverde veel speelse en creatieve momenten op.
 

Broeder Theo liet ons ook zien waar het niet te versmaden abdijbier te vinden was voor de after-sing. Niet uit eigen brouwerij, maar uit die van een broederorganisatie. Voor het eerst zag ik een Trappist 0.0. Toch wel een commerciële ingreep in datgene wat de originele Trappist kenmerkt: hoge gisting, ook in de fles. Meer een Laffe dan een Leffe.

Naast het restaurant bevond zich de ruimte waar wij ons zingen zouden gaan beleven. Ook hier met uitzicht op de wintertuin. Het gedempte licht zorgde voor een warme besloten sfeer. Iets waar de fotograaf die op zondag langs kwam het geheel mee eens was.



In deze ruimte had Jan Hendrik reeds zijn begeleidingsinstrumentarium geïnstalleerd. Zelf kon ik nu even genieten van het uitzicht dat hij deze dagen zou hebben. En er was nog een ruimte, een meer meditatieve, ter beschikking. Mooi, maar ook een beetje frisjes. Neen dan toch liever bij de warmte van Jan Hendriks magische kaars.


 
Op diverse plekken hingen iconen, o.a. van Benedictus, grondlegger van deze orde.


Ons hoofddoel in deze dagen was echter het zingen als een voort stromende rivier van mantra's en wereldliederen. Velen bekend en ook nieuw materiaal dat nog stemmatig verkend diende te worden.
Meestal hield Jan Hendrik het bij teksten die gemakkelijk meegezongen konden worden.

Dit was tevens een mooie oefening om de stembanden op te warmen, maar al snel werd het complexer. Gelukkig zingt Jan Hendrik het dan voor, terwijl hij begeleidt op keyboard, accordeon, harmonium, shruti box en trom. Met Peter als extra percussionist.

 
Voor mij was het "And when I rise" nieuw. Een prachtig lied waarin de vele fasen van "zijn" en de verbinding van daaruit met de natuur bezongen worden. Het is een krachtig lied dat raakt aan overgave aan het leven.
 

Tussendoor was er steeds gelegenheid om een bezoek te brengen aan een van de 6 Vespermomenten in de kapel. Momenten waarop de monniken bijeen komen om te zingen, teksten te citeren en te bidden. Hiertoe werd steeds de klok geluid. De eerste om 06.15 uur, zo vertelden mij ervaringsdeskundigen.


Deze in 1948 eigenhandig gebouwde kapel ( uit de puinhopen van Arnhem en Doetinchem, restanten van de Tweede Wereldoorlog ! ) liet zien dat de monniken goede metselaars waren en zochten naar praktische oplossingen voor het te dragen dak. De steunende zuilen in de kerk en de in de muren opgenomen steunberen zorgden daarvoor. Op het priesterkoor een eenvoudige stenen tafel met daarboven een luchter, die veel in Duitse kerken ( b.v. de Dom van Aken ) is terug te vinden. Achterin een kleine nis met altaar.

Eenmaal terug in onze werkruimte stonden we stil bij het in - en uitademen, een niet onbelangrijke activiteit bij het zingen. Als je daar eenmaal goed mee bezig bent, dan komt de vreugde als vanzelf.

Op zaterdagmiddag kon wie dat wilde siësta houden of naar buiten gaan. Dat laatste, het was mooi zonnig weer, werd veel gedaan. Het was mogelijk om op verschillende plaatsen het bos in te gaan. Mijn eigen weg zoekend kwam ik op een mooie plek. Dat bleek later een , direct naast de abdij gelegen, urnenveld.

Iets verderop lag de weg naar het Kasteel Slangenburg. Naar mij werd gezegd via een kronkelpad en dat klopte, van boom naar boom en tegelijk rechtdoor. Met als resultaat: De Slangenburg. Het terras was helaas gesloten.


Met een frisse neus en soepele benen konden we ons om 16.00 uur ons weer overgeven aan het lied; One by one. Eenmaal geproefd blijft dit rondzingen. Ook in de dagen erna. In het tweede deel zongen we het in canon waardoor het nog intenser werd.

Na de lunch op zondag werd het tijd om onze kamers te ontruimen en de bagage naar de parkeerplaats te brengen, die gisteren nog een winters tintje had. Het was allemaal weer heel snel en bijna tijdloos gegaan, maar nog niet voorbij.

Als afsluiting mochten we zingen in de kapel van het klooster. Het koord voor het priesterkoor ging open en wij konden rond de stenen tafel gaan staan. De kapel had een onverwacht mooie akoestiek waardoor onze zang een extra dimensie kreeg.


Daarna was het tijd om afscheid te nemen van elkaar en deze mooie plek. In dankbaarheid naar mezelf en allen. Altijd weer wonderlijk om te zien hoe zingen mensen bijeen brengt en met elkaar verbindt. De vreemden van de vrijdagmiddag nu getransformeerd tot de knuffels van zondagmiddag. Als dat niet mooi is.

Het abdijhoeve team zwaaide ons uit via de moderne media. Ook mooi !

Henk van der Veen, Rotterdam, 23 januari 2024.

En voor wie wil: Om Dum Durgaya