1000
Duizenden kolonisten trekken vanaf het jaar 1000 naar het westen van Nederland en bouwen een nieuw bestaan op. Zeshonderd jaar later is die samenleving het centrum van de wereld. In De grondleggers vertelt socioloog Daniel Paarlberg het onwaarschijnlijke verhaal over een drassige uithoek die uitgroeit tot de meest welvarende en geavanceerde samenleving ter wereld. Hij trekt verrassende parallellen met moderne techbedrijven, Keniaanse boeren en Chinese ontdekkingsreizigers. Continu dringt die vergelijking met het heden zich op: klimaatverandering, internationale samenwerking, migratie en vrijhandel, hoe gaan wij om met de tegenslagen van nu?
De grondleggers biedt een vernieuwende kijk op onze historie en een optimistisch verhaal voor onze toekomst. Een eerbetoon aan de veerkracht, vindingrijkheid en vastberadenheid van gewone mensen.
West Nederland is rond 1000 een gebied waar de zee vrij spel heeft. Het is dan ook nauwelijks bewoonbaar. Terugkerende stormvloeden overspoelen alles regelmatig. 1134 overstroming Schelde en in 1170 komt Texel los van het land.
Wel zakken er dode plantenlagen naar de bodem, geconserveerd door het water wordt het : veen. Als er veenlagen boven water komen groeit er veenmos ( hoogveen ). Jaar in, jaar uit.
Veenmos kan veel water opnemen, groeit op eigen restanten en biedt een belangrijke structuur verandering in de bodem ( zandgrond, kleigrond ). Het kan andere planten verstikken, zelfs bomen.
Veen is wel bij uitstek geschikt voor het stoken van vuur, mits gedroogd. Op de hoge venen ontstaat bebouwing door boeren. Wel wordt het gebied ook geteisterd door Vikingen ( 1010 ), waar ook handel mee gedreven wordt. Het H.Roomse Rijk staat op instorten en adfel en kerk gedragen zich steeds onafhankelijker.
De Graaf van Holland ruziet met de Bisschop van Utrecht.
( hieronder citaten Wikipedia, e.a. ).
Van Leenman tot graaf
De machtigste middeleeuwse
edelen in dit gebied waren de Graven van Holland. Formeel waren ze
'leenman' van de Duitse keizer. Geleidelijk aan ontwikkelden zij zich
echter tot zelfstandige machthebbers. De eerste graaf van Holland was de
van oorsprong Friese Gerulf die in 889 van de Duitse keizer een aantal
bezittingen kreeg. Door erfenissen en gebiedsuitbreidingen gingen de
graven heersen over Rijnland en Kennemerland. Bij Egmond stichtte de
zoon van Gerulf, Dirk I, het eerste klooster in zijn gebied: de Abdij
van Egmond (gereed ca. 950; verwoest in 1573).
1018 - een zelfstandig graafschap
Echt
zelfstandig werd het graafschap in 1018. De keizer stuurde toen een
leger om zijn ongehoorzame leenman Dirk III tot de orde te roepen. Dit
leger werd echter bij Vlaardingen vernietigend verslagen. In de volgende
eeuwen zouden de graven hun gebied steeds verder uitbreiden ten koste
van de bisschop van Utrecht in het oosten, de West-Friezen in het
noorden en de graaf van Vlaanderen in het zuiden. Omstreeks 1300 omvatte
het graafschap het huidige Noord- en Zuid-Holland en het grootste deel
van Zeeland.
Willibrordus
Toenemend aanzien en economische groei
De
Hollandse graven gingen dan ook een steeds belangrijker rol in de
internationale politiek spelen. Zo werd graaf Willem II in 1248 op
initiatief van de paus in Duitsland tot 'kandidaat-keizer' (Rooms
koning) gekozen. Door zijn dood in 1256 in de oorlog tegen de
West-Friezen kwam het nooit tot een keizerskroning. Zijn zoon Floris V
zou de onderwerping van West-Friesland voltooien.
Floris V
Dit alles was niet mogelijk zonder economische groei. Vanaf ongeveer 1000 bevorderden de graven de ontginning van woeste veengronden. In de dertiende eeuw gingen ze zich ook richten op de ontluikende steden. Met name Willem II en Floris V hebben aan veel Hollandse plaatsen stadsrecht verleend. Hierdoor schiepen zij gelegenheid voor de groei van handel en nijverheid.
Den Haag wordt regeringscentrum
De eerste graven
reisden rond langs hun diverse grafelijke hoven (versterkte
landgoederen). Onder Willem II werd begonnen het hof in Den Haag uit te
bouwen tot een vaste grafelijke verblijfplaats, die ook wel met de naam
Ridderzaal wordt aangeduid. Floris V bouwde de omgeving van de
Ridderzaal uit tot het Binnenhof, dat hierdoor een belangrijk
machtscentrum werd. De dood van Floris V, die in 1296 door enkele van
zijn achterleenmannen waaronder Gijsbrecht van Aemstel, werd vermoord,
luidde het einde in van het Hollandse gravenhuis. Toen zijn opvolger Jan
I in 1299 stierf was er geen opvolger beschikbaar, waardoor het
graafschap Holland door vererving in handen van het Henegouwse Huis
kwam.
De steden die ontstaan zijn erg klein, vergeleken met Antwerpen, Gent en Brussel of Cordoba, Palermo, Venetië, Napels of nog groter: Constantinopel, Bagdad en Kyoto.
Azië is superieur aan het Westen.
Zijderoute.

Recht van opstrek.
In Noord Holland werd het land tussen de veengeulen, de bouwgrond gedocumenteerd. Daarmee verscheen het eigendomsrecht en kon de ontginning beginnen.
![]()
Graaf Boudewijn V, graaf van Vlaanderen ging ontginners aantrekken uit het oosten. Ook de abdijen deden mee. De adel kreeg zo het eigendomsrecht en zorgden voor het aanleggen van dijken. Het dagelijks toezicht was aan zgn. Locatoren. Ca. 1300.
1000den kolonisten kwamen hier op af. Ze kregen hulp en een voorschot voor 5 jaar om een basis te vormen. Dit maakte de migranten tot ondernemers.
In hoeveree waren de graaf en de bisschop betrouwbaar m.b.t. het koopcontract. Zij waren betrouwbaar uit eigen belang. Zelf konden ze het werk niet doen en na het ontginnen moest het land bebouwd worden. Dat was pas rendabel. Ook voor de werving was betrouwbaarheid een goede zaak.
Registratie was van groot belang. Op basis daarvan kon een lening verworven worden. Zonder officieel bezit geen lening, geen groei. Anders was men van spaargeld of vrienden afhankelijk, zo dat er was. Een geschreven document gaf zekerheid en was overdraagbaar.
![]()
Toen in 1949 Mao aan de macht kwam begon hij met boeren collectieven. Iedereen liep er de kantjes vanaf zodat het systeem niet werkte. Hij probeerde dwang: dicht opeen zaaien. Mislukte. Hij liet alle mussen doden en dat gaf een sprinkhanenplaag. Hongersnood. Toen hij in 1876 overleed kwam de kans voor Deng in 1978. Die was bereid te veranderen.
18 boeren kwamen in opstand, werkten zodanig samen,en dat ze er individueel beter van werden en ze elkaar onderling konden beschermen . Ze plukten de vruchten van hun werk, werkten daarvoor hard en zo ontstond groei en voldoende voedsel. Met de industrialisatie in het voetspoor.
1269.
Koperscontracten leiden ook tot handel. En handel vraagt om transport en gereguleerde vaarwegen. Aanleg weteringen, vaarten voor de waterafvoer. De Locateur regelde dat.
Iedereen kreeg 15 ha ( 15 voetbalvelden ), genoeg voor 1 gezin. Zo kon mijn zijn eigen land veroveren. Sloten graven, dijken bouwen, sluizen aanleggen. Heel zwaar werk. Water was bondgenoot en vijand. In Leimuiden was men ooit begonnen en nu in 1250 zag men het resultaat. De Vaartse Rijn was goed voor Utrecht. Vervoer over land was problematisch en traag. Over het water was ook traag, maar wel 24 uur mogelijk en grote hoeveelheden.
Specialisatie.
Dit geeft een enorme groei, die b.v. in deze tijd te zien is in de wereldwijde productie van van alles. Doordat steeds meer mensen zich specialiseren wordt het mogelijk details tot een groter geheel te vormen. Hoe meer mensen betrokken raken, hoe groter de groei en de handel e n transport. Gevolg: kennis van de hele wereld, reizen, langer leven, minder gevaren, breder aanbod en technologie. Nadeel: roofbouw aarde.

Voorbeeld waar het niet ging was de afsplitsing van Tasmanië door de oceaan. Een kleine bevolking bleef steeds verder achter bij de rest op het vasteland.
VLAS.
Langs de Oude Rijn ontstonden Leiden en Alphen. Daar kwamen meerdere rivieren samen.

Al vanaf de middeleeuwen is er vlas geteeld in Nederland. Van vlas kunnen onder andere linnen, lijnzaad en lijnolie zijn gemaakt. Tegenwoordig is het ook ingezet als duurzaam bouw- en isolatiemateriaal. Lange tijd stond het telen van vlas hoog in aanzien, mede omdat de teelt veel kennis vraagt. Maar in de twintigste eeuw kreeg vlas concurrentie van synthetische vezels. De industrie kon deze kunstmatige vezels goedkoper produceren. Het produceren van linnen was arbeidsintensief en de loonkosten waren hoog. Tegenwoordig wint vlas weer aan populariteit door verbeterde mechanisatie en een groeiende markt.
Vlas heeft voordelen voor de ondernemer én het milieu. Voor de agrarisch ondernemer is vlas gunstig omdat het een rustgewas is die de bodemstructuur verbetert. Vlas heeft namelijk een diep wortelstelsel. Als de mechanische onkruidbestrijding is gelukt, is de bodem na de teelt weinig begroeid met onkruid, omdat vlasplanten de zon niet doorlaten op de bodem. Ook heeft vlas geen genetische verwanten met andere akkerbouwgewassen die veel zijn geteeld. Hierdoor is de kans klein dat er schimmels of bacteriën die specifiek zijn voor vlas, overgaan op het volggewas. Zo hoeven er later geen bestrijdingsmiddelen te worden gebruikt.
In vlas zitten stevige vezels. De lange vezels worden gebruikt in kleding (linnen), waar een groeiende vraag naar is. In de laatste tien jaar steeg de afzet van vlasvezels met 50 procent. De vraag naar biologisch linnen groeit voornamelijk in Azië, waar er een gigantische consumentenmarkt voor is. Daarnaast breidt de markt uit door andere toepassingen. Want ook in de biobased economie stijgt de vraag naar vlas. Biobased heeft als doel om fossiele grondstoffen te vervangen door gewassen en reststromen uit de landbouw. En vlasvezel kan bijvoorbeeld gebruikt worden in autodashboards in plaats van plastics. Maar vlas is ook een duurzaam alternatief voor steen- en glaswol als isolatiemateriaal.
Dijkplicht.
Daar iedere boer zijn eigen dijkdeel had was er een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor onderhoud. Verwaarlozen is geen optie. Hiervoor zorgde de zgn. Dijkgraaf. Dit is een Schout. Hij bestuurt en controleert het Heemraadschap, Waterschap.

- samenwerking is het toverwoord,
- duidelijke regels,
-regulering,
- straffen bij overtreding,
- instellen mediator,
- zij hoeft externe macht niet in te grijpen.

Een voorbeeld is het ineenstorten van de Deense kabeljauwvisserij in Oostzee en Kattegat. Door nieuwe technologie in de jaren 170 vond ongereguleerde overbevissing plaats. In 1992 stortte het in. Sommigen wilden wel minder vissen, maar ja de andere deed dat niet met gevolgen.
In West Friesland was de dijkbeheersing niet op orde. Iedereen deed maar wat totdat de noodzaak gevoeld werd om alles met alles te verbinden en zo het land veilig te stellen. Men kende daar geen koopcontracten. Uiteindelijk greep de Graaf van Holland in.
Er kwam een dijkplicht die door een commissie gecontroleerd werd. @ van binnen en 2 van buiten om corruptie te voorkomen.

In Italië loopt een lijn tussen Noord en Zuid. Als ca. 1000 ( kruistochten ) en later de Normandiërs in Zuid Italië komen, Salerno, Napels, valt het hen op dat de Saracenen daar plunderen. Ze jagen hen weg en zien hor rijk dit land is. Dit trekt veel meer Normandiërs aan, die zichzelf komen verrijken en een autoritaire staat scheppen. Geen burgerinitiatieven. Later blijft het gebied er een man armoede, geweld en de Maffia. Wantrouwen, omkoping, obesitas, etc. De bevolking doet er niet toe.
In Noord Italië gaat dat anders. Verantwoordelijkheid en initiatief nemen, vertrouwen en activiteit in de stadstaten, die democratisch georganiseerd zijn.
KOPERCONTRACT.
Weer het kopercontract. Het land is van de burgers en zij hebben rechten en plichten. Geen autocraat, maar publieke gezagsdragers die met belastinggeld betaald worden. De Friezen waren vrijgevochten. De Vlamingen meer gezagsgetrouw. De combinatie ervan gewenst. De graaf organiseerde raden ( corruptie bestrijdend ) van boeren en ambachtslieden.
![]()
1765
In Amerika bestond de populatie uit 1 zwart op 4 wit. Dat maakte dat zij niet bang waren voor een slavenopstand en zij zich konden richten op het los komen van Engeland. In Jamaica was de verhouding 1 wit en 8-10 zwart. Deze angst van wit maakte dat men gezagsgetrouw bleef aan de Engelse koning.
Inmiddels is South Carolina supermodern en kampt Jamaica met armoede, geweld, etc. In Jamaica werd alleen de elite beschermd, oude instituties veranderden niet, corruptie, geen vrije pers.
In South Carolina : nieuwe instituties, eigen bestaan, persvrijheid, grondwet, gelijke kansen, rechtspraak voor iedereen. De burgers beschermd.
In Virginia kwamen 500 kolonisten, die de inheemsen voor zich wilden laten werken. Dat viel tegen. Ze beten van zich af. Ze gaven geen voedsel aan de kolonisten, die stierven. De latere4 kolonisten kregen 20 ha. per persoon, zodat zij zelf in hun behoeften konden voorzien. Dat werkte. Er kwamen instituties en groei en bloei waren te zien.
De Lage Landen gingen in 1600 op ontdekkingsreis in de wereld. Indonesië, Japan. VOC.
DE GROTE OMKERING ( 1050 - 1350 ).
Rond 1250 was het gebied dun bevolkt en had minder kansen dan b.v. Deventer en Zutphen, die hoger lagen. Ze konden nauwelijks voor hun eigen voedsel zorgen, omdat de bodem zakte.
1. Het veenmos kromp in, verdroogde en loste op, de grond daalde. Door de dijken werden de rivieren hoger.
2. Het water kon niet meer naar de Oude Rijn. Tijdens de St. Thomasvloed was de verzanding gestart. Men zocht een uitweg via de Lek.1163.

Graaf Floris III greep in en maakte een dam bij Zwammerdam, maar toen liep Utrecht ( Bisdom ) onder. Deze protesteerde bij Keizer Frederik Barbarossa, die afbraak van de dam beval. EEn poging de monding van de Oude Rijn te openen, verbreden mislukte.
3. Het veen bleek niet geschikt voor akkerbouw, graan. Het groeide niet goed en niet diep. Haver en gerst een beetje. Toen ook de Rotte overstroomde trokken veel kolonisten weg. Via korte termijn nood oplossingen werd het proces gerekt.
In 1170 ontstond de Allerheiligenvloed: met grote gevolgen, zeker toen ook in 1196 de St. Nicolaasvloed volgde. De Almere werd geopend en werd Zuiderzee. De gesloten Almere had hoger water als de omgeving, maar nu brak het open en stroomde het uit in de zee. Afwateren werd weer mogelijk.

Ook de Oude Rijn kon weer ingezet worden. In 1204 werden ook 7 sluizen in het merengebied geopend. De Spaarne, de Amstel en de Vecht ondersteunden de afwatering naar het noorden.
Naar het zuiden waren de Vliet, de Schie, uitmondend in de Nieuwe Maas van belang. Dat betekende wel dat er heel veel dijken gebouwd moesten worden. Een vroeg Deltaplan, dat nieuwe ontginningen mogelijk maakte. Nadeel was wel dat de Zuiderzee zout werd.
In Brugge ontstond een revolutie met de zgn. Schutsluis: De Twee Speien ( 12de eeuw ). Dat vind navolging. Met name in het gebied van Spaarndam. Iedereen moest naar vermogen bijdragen aan het onderhoud via de Heemraden ( de Graaf stemde daar mee in - eigen belang met een grom ).
Hoogheemraadschap.
Er was een groter en overkoepelend, autonoom orgaan nodig, dat belasting kon heffen voor bouw en onderhoud. B.v. Rijnland. En de Alblasserwaard. Zo kon professioneel personeel worden aangetrokken.
Amsterdam, Rotterdam, Schiedam , Goudam komen op. De steden langs de Oude Rijn , b.v. Leiden, groeien minder.
VOEDSEL.
Graan groeit slecht op de veengrond die uiteindelijk minder vruchtbaar blijkt. Graan wordt geïmporteerd vanuit Brabant, Picardië en de Baltische staten. Als tegenprestatie werd kaas, boter, vlees ( veeteelt ), vlas ( kleding ), Hennep ingezet. Voor de produktie werden kleine fabriekjes opgericht.
![]()
In 1347 breekt een pestepidemie uit. Tot 1358.
30- 50 % van de Europese bevolking overlijdt. Overdracht gaat via knaagdieren en vlooien. Builenpest, longpest en pest sepsis ( bloedvergiftiging ). Zonder antibiotica niet te bestrijden. De ziekte is in de loop der eeuwen uitgegroeid tot een historisch fenomeen, maar de bacterie bestaat anno 2026 nog steeds.
Er zijn ineens veel minder mensen en dus voedsel overschotten. Huizen worden goedkoper. Er ontstaat een middenklasse ( fabriekjes ). De aanvoer van Baltisch graan groeit van 1400.
Vanaf 1450 wordt al het graan geïmporteerd in ruil voor hoogwaardige producten.
De steden groeien : in 1300 30.000 mensen. In 1575 ( ondanks de pest ) 180.000.
Ongeveer 10.000 v.Chr. begon de Agrarische revolutie. Men ging zich vestigen en voedsel verbouwen. De grens van dergelijke gemeenschappen, waarin iedereen iedereen kent is 150. Als het er meer worden ( de buitenstaanders ) dan zijn er andere middelen nodig. Een systeem voor samenwerking.
De stoommachine van James Watt, gepatenteerd in 1769, was een cruciale verbetering op de Newcomen machine. 75% zuiniger met brandstof door een andere vorm van verdamping.

Het werd de aanzet tot de Industriële Revolutie . De brandstoffen en andere zaken konden over grotere afstanden vervoerd worden. Hierdoor groeit Engeland uit tot een wereldmacht. Een toenemende specialisatie vindt plaats. Anderen volgen later.
1850.
Het proletariaat komt op. De politieke partijen. Er komt strijd om rechten en welvaart. Daar de wereldhandel groeit zijn er nieuwe systemen nodig voor betaling en leningen.
Wiki/AI
- Marxisme: De term is vooral bekend geworden door Karl Marx en Friedrich Engels. In hun theorie staat het proletariaat lijnrecht tegenover de bourgeoisie: de kapitaalbezitters en fabriekseigenaren die rijk worden van de winst.
- Romeinse oorsprong: Het woord stamt uit het Latijn (proletarius). In het oude Rome was dit de allerlaagste sociale klasse, die geen bezit had en alleen van betekenis was door het leveren van nageslacht (soldaten).
- Proletariër:Een individueel lid van het proletariaat.
- Dictatuur van het proletariaat: Een marxistisch concept waarin de arbeidersklasse tijdelijk de politieke macht overneemt om de overgang naar een klasseloze communistische samenleving mogelijk te maken.
- Proletarische revolutie: Een opstand waarin de werkende klasse de macht overneemt van de kapitalisten.
Hiervoor zorgen de banken met als stok achter de deur de overheid met gerecht en geweld. Waardoor steeds meer uitwisseling van goederen en een veranderende samenleving. Holland was wat dat betreft een voorloper, wegjagen van Spanje en groeien tot een top natie.
/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2020/09/data62052224-588a9c.jpg)
In Nederland had men niet direct stoommachines nodig. Er was een goed georganiseerd en onderhouden systeem van waterwegen. Ook lag het goed voor de vaarroutes tussen Portugal/Spanje en de 200 Hanzesteden. Hier kon overslag plaatsvinden. Ook kon men in een seizoen naar Portugal ( Verre Oosten ) en de Oostzee varen, wat de Hanze niet lukte. Vlaanderen was ook belangrijk, maar had geen eigen vloot. In Holland werd aan scheepsbouw gedaan.
Als de Hanze de Oostzee wil afsluiten gaan er Hollandse kapers op strooptocht. Overeenkomst volgt. De Hanze wordt geleidelijk afhankelijk van Holland.
De Driehoek:
Heden: Columbia koopt opium in China, en verkoopt drugs in Amerika. Van dat geld koopt het opium in China, etc. De geldstromen zijn onduidelijk.
![]()
Gruit of gruut is een kruidenmengsel om bier te brouwen. Tot voor kort was het een middeleeuws bier, sinds de 21e eeuw is er ook modern gekruid craftbier zonder hop. Gruit is smaakbepalend en enigszins conserverend. Alcohol is beperkt. Het is populair in Duitsland em komt hier naar toe.
![]()
Er komen veel kleine brouwerijen en uit Bremen komt de ontdekking om hop te gebruiken . Hop werkt steriliserend, waardoor het langer houdbaar is. Neerijnen en Altena gaat zich erop toe leggen. Men moet wel boven de 60 gr. stoken en dat vraagt brandstaf : Turf.
![]()
Dat heeft gevolgen: het is eenmalig, groeit niet aan en de bodem klinkt in. Geleidelijk aan nemen de Hollanders de bier productie over.
CREATIEVE VERNIETIGING.
Dit heeft te maken met dat iets een succes is, overvleugeld wordt door iets beters of innovatiever, waarna het oude verdwijnt en het nieuwe intreedt. De industrie veroorzaakt dit. Steeds nieuwe uitvindingen , verbeteringen en exploitatie. En een goede focus.
![]()
Zo was Kodak het grote merk, ontwikkelde ook een digitale camera, maar richtte zich vooral op ontwikkelen. Nieuwkomers richtten zich op de nieuwe rage : foto's delen. Kodak failliet.
De verdwijnende mijn en zijn een ander voorbeld: in Limburg gevolgd door een sociaal plan en vervanging ( DSM ) .In Engeland geen sociaal plan, dus armoede, ziekte, onvrede, stakingen. Daar dekte de regering de rijken. In Limburg de mijnbouwers.
nnnn
DELFT.
In Delft heeft men het moeilijk. Dan voert de VOC keramiek en keramiekproductie naar Nederland. Veel pottenbakkerijen en imitatie. Plus toelevering: porcelein, glazuren, oxudes, ovens, turf, klei en mergel.
Nu komen de Chinezen hier en nemen Delfts Blauw mee naar huis.
![]()
Veel boeren trokken al in de 16de eeuw naar de steden. Als er werk was: prima. Maar bij geen werk: armoede, ziekte, criminaliteit. Om hieraan tegemoet te komen werd de armenzorg opgericht. Christelijke kerken. B.v. Vincentius.
1514.
In de Krimpenerwaard verbouwt men hennep voor de scheepvaart en vlas voor de textielindustrie. De tulpen worden al gekweekt. Betuwe: fruit.
De scheepsbouw groeit enorm: in 1459 ontdekt men een Bretonse boot: het Karveel..
![]()
Het karveel was een gladboordig scheepstype dat is ontstaan uit een ander scheepstype, de hulk. Hoewel karveelbouw staat voor gladboordige schepen, was niet elk gladboordig schip een karveel.
De naam wordt wel gebruikt als vertaling voor caravela, een snel zeilschip (handelsschip) uit Portugal, maar dit is niet hetzelfde scheepstype. De Portugese caravela diende om handel te drijven met Noord-Afrika en werd in oorsprong gebruikt om kust en rivieren van de Bissagos-archipel van Guinee-Bissau te koloniseren. Het meest noordelijke eiland van deze archipel heeft de naam Caravela.
Twee van de drie schepen waarmee Christoffel Columbus naar de nieuwe wereld voer (1492), de Niña en de Pinta, waren dergelijke caravelas.
Het belangrijkste kenmerk van een karveel als schip is echter de plaats van de mast, op één derde van de voorsteven, waar het schip ook zijn grootste breedte heeft. Dit in tegenstelling tot eerdere types van zowel noordelijke als mediterrane oorsprong. Hierdoor was het niet alleen sneller, maar ook zeewaardiger. Het had tevens meer ruimte voor vracht.
Later werd het karveel niet alleen groter gebouwd, maar kreeg het in verband met de handelbaarheid ook drie masten. Deze konden zowel dwars- als Latijngetuigd zijn. Bij de caravela redonda was de fokkenmast met razeilen getuigd en de andere masten met latijnzeilen. De caravela latina was met alleen latijnzeilen getuigd.
Dit schip was uitermate geschikt voor de kustvaart.
De Haring Buis.

De haringbuis is naast de kogge en het karveel een bekend, zeewaardig scheepstype uit de Middeleeuwen. Het schip werd in het begin van de vijftiende eeuw ontwikkeld. Volgens historici gingen de eerste haringbuisschepen in 1416 in Enkhuizen te water. De naam van het schip is ontleend aan het Latijn buscia, wat ‘vrachtschip’ betekent. Termen die men gebruikte voor de haringbuizen waren buyse, buse of buyssescip.
De eerste keer dat een haringbuis op een tekening verscheen, moet ergens rond 1490 geweest zijn. In 2014 verwierf het Rijksmuseum de oudst bekende prent met een haringbuis, afkomstig uit ongeveer 1980. Rond die tijd voeren er in Vlaanderen en Holland zo’n 400 haringbuizen rond.
Kenmerken van de haringbuis
De haringbuis was een breed en groot kielschip, met veel laadruimte. Vissers gebruikten deze scheepssoort om haring mee te vangen. In tegenstelling tot andere middeleeuwse scheepstypes hadden haringbuizen geen platte bomen, maar waren ze ‘op kiel gebouwd’. Over de hele bodem liep een zware balkvorm, de kiel.
Het dek van haringbuizen was groot en breed, zodat de vissers de gevangen haring konden bewerken. Het ruim van het schip bood plaats aan ongeveer veertien tot twintig opvarenden. En natuurlijk was er in het ruim veel plek om vaten haring, pekel en de benodigde visnetten (drijfnetten die in jargon ‘vleet’ worden genoemd) op te slaan.
De beste haring werd gevangen onder Zweden, maar toen dat overbevist raakte moest men de Noordzee op en een lange reis werkte bederf in de hand. Toen Willem Beukelszoon het haring kaken ontdekte was dit geen probleem meer: kaken en zouten en men kon langer weg blijven ( 5 tot 8 weken.....meer vangen ). Het werden fabrieken op zee.De Hollanders namen de haringvangst over.
Zout werd geïnmporteerd uit meditterane landen. De partnerverdragen werden geïntroduceerd zodat iedereen ( b.v. 64 ) mee kon doen. Investeren en aandelen. Via contracten en vertrouwen.
.jpg)


