Het was een uitnodiging om vrolijk van de worden: Jan Hendrik liet ons weten dat we op een gezamenlijke klankreis zouden gaan, Sieta zijn assist en dat de passagierslijst klaar was. Hij sprak de wens uit dat het een echte retraite op maat zou worden, waarin niets hoefde en het energetisch opladen voorop stond en dat we dat op onze geheel eigen manier konden doen. Die passagierslijst was al een voorteken: we gingen aan boord van de Savita voor een wereld- en wereldse reis.
Ik had er zin in. Zelfs toen ik eindeloos door de langste autowasstraat van Duitsland reed. Met hindernissen. Eenmaal in Savita brak de zon door en kon ik naar mijn kajuit.
Diezelfde avond na de avondmaaltijd werden we opgeroepen om te komen zingen. We waren nu echt onderweg.
De stuurhut liet een veelheid aan mogelijkheden zien met een piano, een accordeon, een harmonium en een aantal vrij te gebruiken ritme-instrumenten. Jan Hendrik bleek niet alleen een veelzijdig muzikaal talent. Zo waren b.v. zijn handgeschreven menu's onnavolgbaar. De vaas met rozen symboliseerde de groep en ze zouden zich geleidelijk steeds meer openen.
De volgende ochtend gingen we zo snel mogelijk naar buiten. Voor wie nog niet met de ochtendwandeling in stilte had meegedaan was het nu opwarmtijd. Zo leerden we ook zingen op een wat hellend vlak, maar dat had uiteindelijk geen invloed op de kwaliteit.
Een van de mooiste plekken in Savita is toch wel het trappenhuis, dat wij dagelijks meerdere malen passeerden. Het zou ook - wat een prachtige akoestiek - een belangrijke plaats gaan innemen bij onze zang. Dat begon al met het wondermooie lied Agios.
De passerende mantra's symboliseerden voor mij ook een wereldreis. Liederen uit allerlei spirituele tradities : Taizé ( Frankrijk ), Soefi ( Iran, Turkije ), Islam, Afrikaans ( Zulu ), Grieks , Jiddish, Native-songs, gospels en zeker ook India.
Jan Hendrik kiest dikwijls voor een intuïtief te bepalen volgorde ( dat wat past op of bij dat moment ) en wisselt daarbij regelmatig van instrument. Veel wordt gezongen vanuit de volgorde: samen, hoge stemmen, lage stemmen en dan weer samen. Er is ruimte om te soleren of samen te zingen in een kleine bezetting, steeds weer beaamd door de groep.
De keuken van Savita is vegetarisch. De warme maaltijd is tussen de middag. En deze keer was er een ware wonderkok neergestreken. Het anders al zo smakelijke eten had een bijzonder laagje gekregen wat ik het liefst met verfijning zou willen duiden ( je zal met zo'n kok getrouwd zijn, ging het door mij heen ).
Veel van de verwerkte producten komen uit de eigen moes- en bloementuin. Een tuin waar de stilte en de natuurlijke geluiden elkaar afwisselen. Een tuin om te (be)zingen.
De planten krijgen er loepzuiver water uit een langsstromend beekje, waarin sommigen van ons al zingend de voeten wasten.
Doorstroming, een belangrijk item in het naar buiten brengen van klanken. Nu kan die doorstroming via de stem gehinderd of zelfs geblokkeerd worden en dat voelt niet prettig. Daar komt dan - voor wie dat wil - de stembevrijding in beeld. Jan Hendrik biedt in dat geval de mogelijkheid om op te staan en een plaats in te nemen binnen de cirkel van de groep. De begeleiders ( hier Jan Hendrik en Sieta ) en de groep zorgen voor een veilige sfeer en bedding.
In die omgeving kan / mag een klank / lied naar buiten komen zoals op dat moment aanwezig. Daarin kan van alles hoorbaar worden en dat mag. Het volgen van de klank geeft ruimte, ruimte voor emoties, ruimte voor beelden, ruimte voor wat wil klinken op dat moment. Daarna volgt de opluchting, de ruimte, gehoord en gezien worden en zijn.
Het maken van die eerste stap vind ik spannend. Ik ga staan, wil dat ook, maar weet niet wat er komt, gaat gebeuren. Gemotiveerd ben ik wel. Ik heb op zich een stem waar ik veel plezier aan beleef, nou ja, kan beleven. De laatste weken zit er zoveel "ruis" op dat ik mij echt geremd voel. En dan, uitgenodigd door Jan Hendrik komen er klanken, bewegingen en gevoelens in beeld. Ik voel me vrij daarin. Er is diepgang. Dan volgt de zorgvuldige afronding. Iets of iemand in mij zegt: Zo hoort het. Het goede is gedaan. Ik ervaar ruimte, liefde, vitaliteit, verbinding en in de dagen daarna kan mijn werkelijk opgeschoonde stem weer helemaal meedoen. En dat is fijn.
En er zijn meer bijzondere momenten. Als Jan Hendrik in de late uren zijn harmonium bespeelt, terwijl we gedurende langere tijd Ra Ma Da Sa Sa Se So Hong zingen. met het typerende Indiase geluid en onze zang ontstaat er een stilteveld waarin overgave aan klank en muziek plaats vindt. Het voelt als het even mogen aanraken van iets oneindigs.
Op de voorlaatste avond is er plek voor de staf en de vrijwilligers om mee te doen. Zij maken hier graag gebruik van. Het is ook een van de momenten waarop onvermoede talenten in het voetlicht treden, zoals Leonie en Judith met hun fado, het cabarateske lied van Karin en Jacqueline over de bootreis van de ziel, de poëzie en teksten van Theo, de schilderijen van Anneke, de zang en verhalen van Irma. Daarna is er tijd om in de bar wat te drinken en na te praten.
En dan staan we de volgende dag weer buiten. Imre stapt naar voren met een Afrikaans lied. Met milde en vaste hand zet ze stemgroepen neer en zingen we. Intens en vol beweging. Gedanst en bewogen werd er deze week sowieso. Naar buiten en naar binnen.
De afsluiting van onze week doen we deels in het trappenhuis. Het wordt een zangfeest waarin we ons repertoire vieren. Met name de gospel en het Afrikaanse lied zorgen voor een grote dynamiek die publiek trekt. Daarna is er nog een besloten afscheid in onze werkruimte en is het tijd om "weer aan land te gaan".
"Het goede is gedaan" en wij dragen het met ons mee. Een onvergetelijke ervaring. Jan Hendrik, Sieta en al die andere talenten: dankjewel.
Terwijl de mantra's op woensdagochtend nog in mij en anderen rond zongen en wij onderling afscheid namen werd het ook tijd voor iets anders: het gesloten benzinestation in Niedersfeld. Na een bezoek aan de Konditorei voor frischen Brötchen für unterwegs reed ik in de richting van Willingen.
Bij het tankstation ontmoette ik een van mijn zanggenoten, Imre en kwam er nog een kort en krachtig Afrikaans geluid boven drijven, dat eindigde in een glimlach.
Ik besloot verder te rijden. Het avontuur tegemoet en zo belandde ik bij de Bruchhauser Steine om kennis te maken met de 4 grote 90 meter hoge gestolten magma rotsen die hier 380 miljoen jaar geleden waren ontstaan. De Bornstein, Goldstein, Feldstein en Ravenstein lage ingebed in een beschermd natuurgebied, dat in privébezit is ( dus diende er een kaartje gekocht te worden ). Overigens vond ik het de investering waard.
Ik was vroeg ( een aanrader ) en op de Drachenplatz was parkeren geen probleem. Het uitzicht was prachtig.
Archeologisch onderzoek verwees naar een prehistorisch cultusoord en een oud voorchristelijk "walburcht"- complex. De rotsen functioneerden hierbij als torens. Je kunt er klimmen, klauteren ( de Bornstein heeft een klimroute naar boven ) en wandelen.
Ik had het geluk dat het vandaag heel stil was en mooi weer, waardoor ik het gevoel kreeg dat dit alles ( voor het moment ) voor mij bestemd was. Een paar luidsprekers ( what's in a name ) verstoorden even die illusie. Voor korte tijd. Er was volop ruimte om elders te gaan.
En toen deed ik een wonderlijke ontdekking. Voor ik naar Duitsland reed wilde iemand in mij bergen/rotsen schilderen. En zo ontstonden 3 schilderijen, waarbij geheel toevallig hoofden verschenen. En nu stond ik onder deze rots, terwijl een groot hoofd mij verwelkomde.
Na deze synchronische ontdekking werd het tijd voor een heerlijke lunch met verse koffie en een korte siësta. Ik had daarna nog zin om door te gaan en dus vervolgde ik mijn weg naar Willingen ( waar ik ooit lang geleden geweest was ) en kwam uit bij de kabelbaan.
De steeds oppoppende hemelse mantra's zetten mij ertoe aan om met de kabelbaan verder richting hemel te reizen. Ik kocht een kaartje en kreeg een zespersoons cabine, waar ik ongeremd meerstemmig en voluit kon zingen.
Boven was het duidelijk zo toeristisch,dat de hemel mogelijk toch nog hoger lag. Anderzijds moest ik er wel dichtbij zijn want ik zag een kudde schapen met een goede herder. En deze hoogte bracht mij ook een ander perspectief. Een man keek mij aan en zei dat ik wel een bier kon gebruiken. Hij wees in de richting van een Stube. Vermoedelijk was dit geen engel, maar een vrijwilliger. Ik bedankte.
Intussen kreeg ik van een vriendin ( die op de hoogte was van mijn "hemelgang" ) een appje dat ze het fijn zou vinden als ik toch weer terug zou komen naar de aarde. Met heimwee nam ik afscheid en stapte weer in de gondel. Deze keer met 2 somber kijkende medereizigers. Gevallen engelen vermoedde ik.
Het was weer mooi geweest en ik keerde terug naar een stil Savita voor de avondmaaltijd op het terras. En na een goed gesprek trok ik mij terug om alles klaar te maken voor mijn terugreis de volgende dag.
De
eerste insteek ging over het thema muziek en welke associaties dat
opriep. Daarna schreven wij een sprintje van 15 minuten over een van
deze associaties. Ik maakte 2 korte sprintjes. Thema na de pauze: Vier
het leven.
Met de muziek mee.
Ik
mis de programma's: Matthijs gaat door en Chansons. Smaakvol, creatief,
soms traditioneel, soms hemelbestormend vernieuwend. En zo dicht op de
muzikanten. Alsof ik zelf speelde. Aan de Big Band moest ik nog even
wennen. Zoveel geluid. Soms wat té Big voor mij. Gelukkig waren er dan
weer de subtiele momenten, liefst uitgevoerd door een bloedmooie
zangeres in goud glanzend licht. Ik kan dan echt met de muziek mee. Het
voelen in hart en ziel en erdoor geraakt worden.
In
mijn herinnering begon dat ergens rond 1950, toen ter gelegenheid van
iets een fanfare bij ons door de buurt liep. Ik zie mij nog staan op de
hoek van de Robert Fruinstraat. Daar, daar aan de overkant zag ik rode
uniformen tussen de weelderige begroeiing van de Heemraadsingel. En er
glom koper. Ik weet niet of ik al de straat uit mocht. Ik rende gewoon
via de brug naar de overkant. Er stonden veel mensen te kijken naar dat
ultiem feestelijke dat plaatsvond in een stad in wederopbouw. Op sommige
plaatsen waren de plekken van de oorlog nog zichtbaar. Daar was het
leeg en die leegte werd nu gevuld met vrolijke marsmuziek. Ik deed wat
andere kinderen ook deden: er achter aan op de maat van de grote trom.
Rechtop, stoer en vastberaden, zo klein als dat ik was. Ik voelde me zo
een met de muziek, met wat ik hoorde en voelde. De muziek nam mij mee.
En ik ging met overgave. Ik een korte broek, dat wel.
Haiku ( 5-7-5 lettergrepen ):
In een korte broek
Over de Heemraadsingel
Met de muziek mee
Moonriver
Moon
river, wider than a mile. I'm crossing you in style some day.
Dreammaker, you heartbreaker, whereever you're going, I'm going your
way....... De nacht is helder. Een volle maan verlicht het water voor
mij en werpt een lichtbundel aan mijn voeten. Iets in mij wil blijven en
iets in mij wil weg. Het maanlicht en de zee in. Een innerlijke drift.
Dan kijk ik naast mij en zie een vrouw met roodblond haar. Ze loopt op
haar tenen op hetzelfde lichtpad.
It
must have been moonglow, that brings you back to me, zingt Carly Simon.
Hier staan we : 2 drifters zonder zwemdiploma. Wie had dat nou
verwacht.
Vier het Leven.
Een
groot thema wordt door Janneke ingebracht. Vier het leven. Maar hoe ?
Voor mij is dat verbonden met 2 basiselementen: het kind in mij en vrede
( lees: veiligheid ). Als die 2 samenkomen gaat de poort van de
creativiteit open. Wijd open. In de ruimte en het perspectief dat
daarbij ontstaat is het mogelijk te leven als een kind, van moment naar
moment, van beeld naar beeld en van expressie naar expressie. En dan
maakt het ook niet uit wat er gevierd wordt of gaat worden. Het is het
vieren zelf. Er kan gespeeld worden met wat wat voorhanden is: verf, een
lied, een vlinder, een trommel, een naaktslak of dat ene mooie
contactmoment van hart tot hart. Verwondering, vreugde, tevredenheid
stromen.
Bij
chaos, verwarring, dreiging is het snel gedaan: de speelplaats sluit en
verdwijnt. Leeft hoogstens voort als een oer verlangen. Overleven staat
dan vooraan.
Ik
heb het gezien met mijn eigen ogen. In 1967 was ik met good old Ger en
Jacques in het gebied rond de Moezel. Voor de wijnfeesten. Op het grote
plein werd een hele hoge "totem" opgehesen met behulp van een paar
sterke mannen en strakke touwen. De aanwezige harmonie begeleidde het
geheel met eine richtige Alt-Deutsche Hoempapa. Het leven werd gevierd.
Het mannelijk symbool werd rechtop gezet en er kon gedronken
worden........tot een van de mannen in een zwak moment zijn touw liet
glippen en de boom een draai maakte richting fanfare. Wegrennende
muziek, ik had het nog nooit gehoord. Het klonk ook angstig. De fanfare
spatte uiteen in alle richtingen. Het trotse symbool raakte een
goedgevulde tafel. Een regen van pretzels daalde neer op de omstanders.
Wir haben es überlebt ! zei de man naast mij. Die nacht hield ik mijn
tentstok goed in de gaten.
Rotterdam, 31 juli 2023.
Henk van der Veen.
Het MOYA museum in Oosterhout.
Op zoek naar wat nieuwe creatieve prikkels ben ik naar Oosterhout gereden. Daar is een oude galvaniserings-fabriek deels ingericht als museum. Mijn aandacht was erop gevestigd via de media. Met name op het werk van Barbara Broekman, een internationale veterane op het gebied van werken met textiel.
Het was wel even zoeken, want mijn navigatie liet mij uitstappen bij een hypermodern gebouw: zwembad De Warande. Bij het rondvragen kende men het MOYA niet. Sterker nog : een bereidwillige heer ging voorrijden en bracht mij bij het oude zwembad ( waar ik als kind zowaar een paar keer gezwommen had ). Uiteindelijk loste ik mijn eigen probleem op, parkeerde en kon naar binnen.
Er was duidelijk sprake van een ruime opzet en omdat ik wel verder naar binnen wilde kon ik bij de kassa 7,50 euro afrekenen. De museumjaarkaart was hier nog niet doorgedrongen. Inmiddels zag ik een andere dame aan de balie worstelen met een boormachine. De boor ging er niet uit. In een paar flitsbewegingen verhielp ik het euvel. mijn goede daad voor vandaag gedaan.
Nu ben ik niet zo van de textiel. Ik kom meer uit de ruimtelijke sculpturen en het schilderen. Desalniettemin vond ik het wel een belevenis om rond te lopen op en tussen giga-wandkleden en tapijten, die eindeloos geduld en creatieve vondsten uitstraalden. Grappig: ik hoefde niet van te voren mijn voeten te vegen.
Iets verderop kreeg ik associaties met een een urinoir, maar wel heel leuk gecamoufleerd.
Kleurrijk was het hier sowieso.
Intussen werd mijn aandacht getrokken door steeds veranderende lichtvlakken. Het had ook wel iets van weven met licht, maar dan heel snel en digitaal. Hieronder twee korte filmpjes van het werk van Jeroen Koolhaas.
En er was meer. In nevenruimtes bevond zich een ware mengeling van allerlei kunstvormen en -objecten. Wat ik hier miste was de warmte van de tapijten en voor het eerst begon ik naar de "oude fabriek" te kijken.
Haute couture belicht vanuit intens vuile ramen. Ik had het contrast nog niet eerder gezien. Ik wandelde door de ruimtes en vond daar weinig aantrekkelijks. Af en toe een leuk object, zoals dit. Ik kan de maker ervan dan bezig zien.
Daarna was het tijd om afscheid te nemen. Nog een goed gesprek met de dame van de kassa, die mij vertelde dat ze het leuk vond om hier te werken. Wel was het zomers erg heet en in de winter erg koud. Klimaatverandering als expositie. Ook een idee. Buiten gekomen keek ik nog een maal om naar MOYA, een van oorsprong Keltische naam voor Schotse meisjes. Maar dat wordt hier waarschijnlijk niet zo bedoeld.
En na een lunch met Hollandse Nieuwe en weer die verse koffie, besloot ik nog wat natuur te gaan snuiven: Het werd de Natuurpoort in Rijen en zie: daar vond ik een prachtig paars tapijt. Vanzelf gegroeid en ook dat is mooi.
Het was weer mooi en genoeg geweest. Net als al die andere duizenden automobilisten reed ik voorspoedig naar huis. In de aanloop naar de Brienenoordbrug werd er uitgebreid geweefd. Sommigen lieten ook een steek vallen.
Ik had toch zo'n zin om te bloggen, maar door omstandigheden wilde het maar niet lukken. Tot vandaag. In het Goudse Hout.
Daar mijn vaste recreatieplek deze week afgesloten was ter gelegenheid van de European Paralympics besloot ik mijn bezoek aan Gouda te combineren met een mij onbekend natuurgebied : Het Goudse Hout. Geen oerbossen, maar een gebied dat ca. 1980 is ingericht om de lokale bewoners "licht en lucht" te schenken.
Parkeren was geen probleem. De zon scheen door de sluierwolken en na het nuttigen van 2 broodjes "filet americain" ( mager natuurlijk ) met vers gezette koffie en een goed gesprek met Theo ( van Edinburgh naar Ermelo ) was ik er klaar voor.
Ik had nog geen 100 meter gelopen of ik stond oog in oog met de Goudse Smultuin. Een kleine afgescheiden oase met een grote diversiteit van bloemen en een zitje om dat allemaal in te nemen ( met een neiging tot plukken ). Ineens zat ik daar: in Gouda : een eigen tuin.
De horizon riep echter en samen met een jonge blonde Engelse dame ( die ik bijna ondersteboven liep ) probeerde ik een route uit die helaas doodliep, maar wel een rustplek aan het water bood.
Zo te zien had hier ook eerder een fietser gezeten, nadat ook hij de moeilijke route had uitgeprobeerd. Je kunt er trouwens prima fietsen ( ook al lijkt het hier niet op ).
Verderop werd het heel idyllisch met een zee aan wilde bloemen en insecten informatie,
En er was ook een open lucht speeltuin. Net als in Zevenhuizen ( Hennip-gaarde). Tal van uitdagende hindernissen voor kinderen en een pontje om de lokale plas te kunnen overbruggen ( als je moeder tijdens het schommelen niet teveel gilt tenminste ).
Er lagen ook struikelstenen die na het struikelen tot een filosofische beschouwing konden leiden.
Op de terugweg kon ik het niet laten. Even de smultuin in om een herinnering te plukken. Niet overdadig, maar subtiel.